“Volledig geradbraakt zult u hier aankomen, papa.” Kasteelheer Vilain XIIII waarschuwde zijn vader in 1824 voor de lange reis vanuit Antwerpen naar zijn kasteel in Leut — een rit die je vandaag in anderhalf uur rijdt. Marco tekent de mobiliteitsgeschiedenis van het geïsoleerde Maasland uit: van de postkoets, de stoomboot, tot de tram die pas in 1898 onze dorpen bereikte.
In 1902 schrijft een Brusselse journaliste een artikel over Genk met de veelzeggende titel Nos sauvages à nous — ‘de wilden bij ons’. Ze vergelijkt de levenswijze in Limburg met die van Indianen in Amerika. Het klinkt grof, maar het zegt vooral iets over hoe groot de kloof was tussen het stedelijke België en wat er leefde in Limburg, het platteland.
Wie vanuit Brussel of Antwerpen over Limburg of Maasland oordeelde, deed dat ‘van lezen en horen’. Zelf komen kijken was niet evident.
Om te begrijpen hoe geïsoleerd het Maasland was, hoef je maar één man te volgen: Charles Vilain XIIII, kasteelheer van Leut. Hij trouwt in 1822 met de Maastrichtse Pauline de Billehé de Valensart en vestigt zich in het kasteel van Leut. Vanaf dat moment wordt reizen een bijna dagelijkse kwelling.

Vilain XIIII smeekt zijn ouders geregeld om op bezoek te komen. In 1824 schrijft hij zijn vader hoe die het best de reis kan maken: “Met de koets rij je best vanuit Antwerpen naar Mechelen, Leuven, naar Zoutleeuw, via Sint-Truiden naar Tongeren, door naar Maastricht en zo weer tot in Leut. Twee dagen onderweg.”
Twee dagen. Voor een afstand die je vandaag in minder dan twee uur aflegt.
In een brief uit 1840 raadt hij zijn vader aan in Sint-Truiden de diligence te nemen richting Maastricht, en daar een cabriolet te zoeken tot aan het kasteel. Maar hij waarschuwt ook: “volgens de uitleg van de postiljons is de postkoets voor reizigers afschuwelijk en zou u hier volledig geradbraakt aankomen.”

Geradbraakt. De wegen waren slecht, de voertuigen oncomfortabel, en de reis van stad naar stad betekende urenlang schudden over onverharde paden, met tussenstops om paarden te laten rusten en te voederen.
De trein komt, maar niet naar hier.
Op 5 mei 1835 rolt de eerste trein op het Europese vasteland van Brussel naar Mechelen. Daarna gaat het snel voor de grote steden: Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven, Luik — allemaal hebben ze tegen 1842 een station. Limburg wacht tot 1847. En het Maasland zelf blijft nog veel langer verstoken van elke spoorverbinding.
Het is opnieuw Vilain XIIII die van zich laat horen in het parlement. Hij klopt jarenlang met zijn vuist op tafel. Op 3 maart 1874 rijdt spoorlijn 21A eindelijk van Hasselt naar Genk, en verder via As en Opoeteren-Dilsen naar Maaseik. Bijna dertig jaar na Hasselt.
Je kan dan natuurlijk via de haltes As of Opoeteren-Dilsen onze Maasdorpen in geraken over veld- en kiezelwegen: te voet, de Maasvallei in.

Vilain XIIII overlijdt in november 1878, amper vier jaar nadat zijn gedroomde spoorlijn reed.
Maar ook met de trein was het probleem niet opgelost. De grote treinstations lagen in Hasselt, Tongeren en Maaseik — niet tot aan de Maasdorpen zelf. Het huidige Maasmechelen ligt daar precies tussenin. Wie in 1878 vanuit Hasselt, Tongeren of Maaseik onze dorpen wilde bereiken, stapte uit de trein en begon te lopen. Uren, te voet.
De doorsnee inwoner verplaatste zich sowieso altijd te voet. Wie het zich echter kon veroorloven nam de omnibus — een soort paardenbus, oncomfortabel en best traag. Het voertuig reed dan over onze huidige Rijksweg, in de 19de eeuw ook wel een spookweg genoemd want er passeerden amper voertuigen over.

(Prent: voorbeeld uit Amsterdam)
Louis Crahay, vrederechter in Maaseik, beschreef in zijn mémoires hoe hij soms drie uur onderweg was van Maastricht naar Maaseik met de omnibus. Soms koos hij voor de stoomboot over de Maas, maar dat was nog trager vanwege de vele bochten in de rivier, en bij de minste mistbank voer de boot niet uit.
Vergeet ook niet: reizen kostte geld. En in het Maasland heerste in de 19de eeuw voor velen diepe armoede. Velen zullen zelden of nooit buiten hun dorp zijn geweest.
De tram als kleine bevrijding
Pas in 1898 rijdt de tram over de Rijksweg, met een lijn van Maastricht via Lanaken richting Maaseik en Tongeren. Voor het eerst een vervoersmiddel dat iets toegankelijker is voor een breder publiek. De gloednieuwe tramlijn Lanaken-Maaseik werd zelfs plechtig geopend in… Mechelen-aan-de-Maas. Dat had burgemeester Joseph Smeets geregeld en afgedwongen, ten onvrede van de burgemeesters van Lanaken en Maaseik.
