fbpx

De jacht op spionnen in Eisden: “Iedereen was compleet achterdochtig”

3

Maanden voor de inval van Duitsland in mei 1940 heerste er onder de Belgische bevolking een algemene achterdocht. Gingen die Duitsers echt binnenvallen? En waren er dan al Duitse spionnen aan het werk? Ook in je eigen dorp? In Eisden ging de achterdocht héél ver, en blijkbaar niet geheel onterecht.

Niet onlogisch dat België in de lente van 1940 achterdochtig was. Enkele maanden eerder in januari crasht een Duits vliegtuig in Vucht met de geheime aanvalsplannen van Hitler aan boord. Wereldnieuws, alles in rep en roer, en vanaf toen panisch afwachten wat Hitler toch maar van plan zal zijn.

In Nederland en België worden er in die maanden voor de inval geregeld spionnen onderschept. Soms gewoon Duitsers verkleed als toeristen in Nederland die de regio komen verkennen. Maar dat kan ook gaan om collaborerende Nederlanders of Vlamingen die al het één en ‘t ander voorbereiden.

(Lees verder onder de foto)

In januari crashte dit Duits vliegtuigje in Vucht. Vanaf toen barstte de achterdocht los in België.

Ik stootte onlangs op een artikel uit De Limburger Koerier geschreven door een anonieme journalist, afkomstig uit Eisden. Het is eind april 1940. Hitler is op dat moment al Polen, Denemarken en Noorwegen binnengevallen. En in Nederland is de staat van beleg afgekondigd.

De journalist schetst de ongeziene sfeer in Eisden, zoals we het zelden te lezen krijgen.

Letterlijk: “Ik woon in een klein en vunzig hotel, vlak bij de grote mijn die log en dreigend de omtrek beheerst“, schrijft de reporter.

“Gendarmen houden veel controles in de grensregio, en ze hebben intense belangstelling voor de echtheid van mijn carte d’identité. Ik zit bij ‘Chez Jacqueline’. Tussen vier schreeuwend rode wanden, een biljart, een elektrische piano en drie kreunende barkrukken leun ik tegen de toog. Het is avond.”

(Lees verder onder de foto)

Een illustratie van een arbeiderswijk rond 1940, gemaakt met AI.

Hij schrijft bijna poëtisch, maar is tegelijk kritisch. Zo romantisch als wij vandaag naar dat mijnverleden kijken, zo nuchter beleeft hij het door zijn eigen bril:

“De nacht legt zich over dit sombere, grauwe mijngebied. In de verte knipogen de duizenden lichtjes van de grote mijn en het eentonige, irriterende geluid der nooit vertragende machines en motoren dringt door tot dit grote, starre mijnwerkersdorp, dat met zijn neergelaten gordijnen en zijn straten-zonder-mensen rustig te slapen schijnt.”

Afstotelijk

Hij beschrijft tegelijk de ongelooflijke veranderingen die Eisden en de regio meemaakt. De massa aan nieuwe inwoners en wat het met zicht meebrengt. “De grote mijn trok hen hierheen. Het was de roep, de eeuwige, onweerstaanbare roep van het zwarte goud. Zij bouwden dit grote, grauwe mijndorp dat zich willoos liet zwart blakeren door de grote mijn, en zij, de Joegoslaven, de Polen, de Tsjechen, de Duitsers de Fransen, de Hongaren, de Italianen en de Walen maakten een rein, onschuldig dorpje tot wat het nu is: een ruw, afstotelijk brok rauw leven.”

(Lees verder onder de foto)

“Er zijn geen andere lichtpunten dan de duizenden, gouden knipoogjes van de grote mijn waarin een nietige, zwart en bezwete massa onophoudelijk graaft en boort, steeds dieper en steeds verder, naar kolen, kolen, kolen…. en niets anders dan kolen.”

De anonieme journalist omschrijft hoe na het werk in de mijn, de mijnwerkers zich storten op het ‘leven onder sfeerlicht en orgelmuziek in de vunzige kroegjes waarvan men er minstens vijf vindt in elke straat. Dan is dit dorp één schreiend feest’.

Maar vanaf Hitler zijn inval bij de buurlanden veranderde plots alles.

“Grimmig en openlijk sloop nu de argwaan door het dorp. De massa rangschikte zich opeens naar sympathieën en nationaliteiten. En ergens in een kroegje vlak bij de brug over de Zuid-Willemsvaart beschuldigde in december 1939 al een dronken Italiaan een dronken Tsjech openlijk van spionage. De gebarsten grote spiegel achter het buffet hangt daar nu nog als stomme getuige van den veldslag, die op deze beschuldiging gevolgd moet zijn.”

(Lees verder onder de foto)

Mogelijk bedoelt de journalist dat de ruzie over spionage tussen een Italiaan en een Tsjech in dit café gebeurde.

“Er is geen feest meer in dit grote dorp… De ene helft van de massa die niet in den grond zit, sluit zich op in de kleine, grijze huisjes, verschanst zich achter de strak gesloten gordijnen, en fluistert…”

“Door de straten haast zich nu en dan een eenzame fietser, op weg naar de mijn, en hier en daar laten huizenramen flarden radio-muziek naar buiten waaien. In de kroegjes zwijgen de elektrische piano’s, want er is geen feest meer, en er zijn geen klanten. Eisden St. Barbara ademt een dreigende, geheimzinnige sfeer.”

Volgens de journalist kwam die maandenlange spanning eind april plots tot een spectaculair einde. In grote vrachtauto’s werden meer dan honderdvijftig agenten het dorp binnengereden die effectief het hele dorp ‘op slot’ deden. Geen mens kon het dorp in of uit, alles werd hermetisch afgesloten.

(Lees verder onder de foto)

De middagploeg werd een uur lang in de mijn vastgehouden, terwijl er overal huiszoekingen plaatsvonden, op zoek naar spionnen.

De mijnwerkers van de middagploeg werden een uur lang in de mijn vastgehouden, terwijl de agenten massaal huiszoekingen uitvoerden. Elke verdachte woning of plek werd onderste boven gehaald. In de cafés fouilleerde men de klanten op wapens, en wie geen identiteitskaart bij zich had werd hard aangepakt.

“Twee uur lang was Eisden van de rest van de wereld afgesneden. Twee uur lang lag dit moderne Babylon onder de loupe.”

“Achter de gordijnen gaan nu fluisterend de geruchten van oor tot oor. Men spreekt over de ontdekking van een klein wapenarsenaal, men fluistert over acht arrestaties die verricht zouden zijn op grond van spionnagebeschuldigingen. Of het klopt is niet duidelijk, want men zwijgt bij de instanties. Men geeft enkel toe dat één buitenlandse leraar het land is uitgezet.”

De journalist sluit af met de boodschap dat hij voelt dat er nog meer staat te gebeuren, en dat hij zich een revolver heeft aangeschaft. ‘Vergunning of geen vergunning, je weet nooit hoe het van pas kan komen.’

Amper tien dagen later vallen de Duitsers ons land binnen op 10 mei 1940. De rest is geschiedenis.

Over de auteur

Marco Mariotti (30) groeit op in Maasmechelen en is als kind gebeten door geschiedenis, aardrijkskunde en natuur. Op zijn 22ste wordt hij journalist in Limburg, aan informatie geraakt hij bijna verslaafd. Lokale geschiedenis boeit hem altijd al, maar pas in 2017 slaat de vonk over als in Eisden-Dorp archeologische resten worden ontdekt bij werken op het Vrijthof.

Laat een opmerking achter

Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA en Google Privacybeleid en Servicevoorwaarden toepassen.

De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.

Gerelateerde verhalen