
Wie steelt, rooft of moordt wordt opgeknoopt en wekenlang tentoongesteld aan de inwoners die er passeren. Zo ging het er toch meer dan 200 jaar geleden aan toe in Maasmechelen waar een galg stond.
Laat ons eerlijk zijn. Als we vandaag de wetten vóór 1800 toepassen, zouden sommige Maasmechelaren hangen. Letterlijk. Waar die galg exact stond, is eerder twijfelachtig.

Volgens de Ferrariskaart (1778) was dat ongeveer waar nu – niet zomaar – de ‘Galgstraat’ ligt, een zijstraat van de Koning Albertlaan achter de Oude Baan. Helaas is de Ferrariskaart niet betrouwbaar qua oriëntatie. Andere beschrijvingen wijzen op een gebied ten westen van de Heirstraat in Vucht, in het Loo vlak aan het kanaal.
Bokkenrijders
Ze stond in elk geval met zékerheid op de grens Mechelen-Vucht en werd op 22 augustus 1774 nog gebruikt. Vader en zoon Jan en Helger Ramaekers van op de Bozzjing werden er opgeknoopt. Ze waren gelinkt aan de Bokkenrijders, een criminele bende aan de overkant van de Maas die meerdere diefstallen en overvallen pleegden. Pas na foltering en het verraad van kompanen, bekenden ze alles. Bokkenrijders waren ook actief bij ons in Limburg, maar Jan en Helger sloegen vooral toe aan de Nederlandse zijde van de Maas.

Een galg stond niet het hele jaar door opgesteld, daar was het hout te kostbaar voor. Maar als er iemand veroordeeld werd, kon er met enkele stammen of balken rap een galg in elkaar worden getimmerd.
De galgenheuvel lag iets meer aan de rand van het dorp, maar toch dicht genoeg zodat passanten de lichamen zagen hangen. Een schrikbewind.

